Denken in een verbindend patroon.

Inleiding

Artes Sophiae is een kennisinstituut voor systeem dynamisch denken en werken. Centraal staat het ontwikkelen van een beeldmethode om kennis te managen. De kracht van deze methode ligt in het hanteerbaar maken van kennis door de essentie te ‘beelden’ in een open systeem model, dat uitgewerkt is in, wat we noemen, een grondpatroon.

Een open systeem model is een instrument om kennis te onderzoeken.

Als je aspecten van de werkelijkheid wilt onderzoeken, ontdek je een immens grote en niet meteen hanteerbare hoeveelheid data. Data die al wel of niet in allerlei samenhangen is gebracht. Een open systeem model probeert data dusdanig te ordenen en te structuren dat er mogelijke nieuwe te denken samenhangen oplichten, zodat het mogelijk wordt om kennis vanuit verschillende werkvelden met elkaar te verbinden en te integreren.

Een model is niet de werkelijkheid, maar is een mogelijkheid, een optiek, waarlangs die werkelijkheid onderzocht kan worden.

5 lagen in een systeem dynamisch veld

In het werken met een open systeem model (een systeem dynamisch veld) onderscheiden we 5 lagen:

  • Grondpatroon (meer veld: een verschijnsel dat met tijd en ruimte samenhangt)
  • Bouwpatronen
  • Gram (meer model: een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid)
  • Te onderzoeken data
  • Werkelijkheid

LINK

In alle 5 lagen kunnen we noodzakelijke structuren en mogelijke ordeningen zien en ontdekken.

Structuur is het systeem, de ordening is de dynamiek. Deze relatie tussen systeem en dynamiek kunnen we in de 5 lagen apart lezen, maar ze ook over die 5 samen lezen. Waar het grondpatroon zich meer verhoudt tot het systeem, daar verhoudt de werkelijkheid zich meer tot de dynamiek; het model (kan elke systeem dynamische gram zijn) vormt een midden waarin werkelijkheid en grondpatroon bemiddeld kunnen worden.

Een systeem dynamisch model wordt grafisch vorm gegeven door middel van een beeld structuur waarin op bepaalde punten (coördinaten) de begrippen geordend kunnen worden. Dit systeem dynamische model noemen we een gram. Het woord ‘gram’ komt van grafein en betekent ‘beschrijven’, ‘samenstellen’ en ‘weergeven ‘. Dus een gram is een veld waarin woorden staan die met elkaar een samenhang vormen. Systeem dynamiek integreert zowel de dimensie van het begrip (woorden) als de dimensie van het beeld (grafische vormgeving). Een gram is een weergave van een samenstelling die iets beschrijft.

We denken vanuit het functionele paradigma waar we zowel het mythische paradigma als het ontologische paradigma bijeen kunnen brengen in één functioneel systeem dynamisch kader. (Voor verdere uitleg van de paradigma’s zie…)

Bij gevolg dient systeem dynamiek zowel consistent (systeem/structuur) als coherent (dynamiek/ordening) uitgewerkt te worden. We definiëren binnen dit verband de begrippen als volgt. Het is raadzaam deze begrippen je eerst eigen te maken, in het vervolg worden deze begrippen met voorbeelden uitgewerkt :

  • Aantoonbaar: instrumenteel proefondervindelijk waarneembaar.
  • Aanwijsbaar: zintuigelijk waarneembaar.
  • Coherent: samenhangend.
  • Consistent: het zelfde blijvend.
  • Ordening: moet samenhangend zijn.
  • Structuur: moet hetzelfde blijven.
  • Ordenen leidt tot configuratie.
  • Structureren leidt tot compositie.
  • Ordening maakt verandering mogelijk. Verandering, met een discontinu karakter in de tijd en/of een ongelijkmatig karakter in de ruimte.
  • Structuur maakt herhaling mogelijk. Herhaling, met een gelijkmatig karakter in de ruimte en/of een continu karakter in de tijd.
  • Verandering maakt kwaliteit mogelijk.
  • Herhaling maakt kwantiteit mogelijk.
  • Leden hebben een en-en wisselwerking (verhouding en/of verband).
  • Delen hebben een of-of wisselwerking (verhouding en/of verband).
  • Een en-en wisselwerking vindt plaats in zowel tijd als ruimte.
  • Een of-of wisselwerking vindt plaats in zowel ruimte als tijd.

Leden/delen en tijd/ruimte kunnen onderling met elkaar in wisselwerking treden.

  • De tijd heeft in het verband een meer kwalitatief karakter. Het kwalitatieve karakter komt tot uiting in processen en betrekkingen.
  • De ruimte heeft in het verband een meer kwantitatief karakter. Het kwantitatieve karakter komt tot uiting in posities en inhouden.
  • Ruimtetijd: hier is de ruimte bepalend en de tijd er een afgeleide van.
  • Tijdruimte: hier is de tijd bepalend en de ruimte er een afgeleide van.
  • Het ledige heeft in de verhouding een meer kwalitatief karakter. In ‘kwaliteit’ speelt de verbindende factor van de leden een rol.
  • Het delige heeft in de verhouding een meer kwantitatief karakter. In ‘kwantiteit’ speelt de scheidende factor van de delen een rol.
  • Kwaliteit heeft een ledig karakter
  • Kwantiteit heeft een delig karakter

GRONDPATROON.


Dit grondpatroon is voor systeem dynamiek cruciaal, een grondpatroon met vast omschreven delen en leden. Zonder deze delen en leden worden modellen (grammen) niet met elkaar compatibel. Dit grondpatroon tracht een kleinst mogelijke eenheid te representeren. Hoe simplexer dit grondpatroon, des te hechter het systeem en des te dynamischer er gewerkt kan worden in en met dit systeem, vandaar de term systeem dynamisch. Dit grondpatroon is systematisch zo ingericht dat dynamiek mogelijk wordt.

Het grondpatroon kent cruciale configuratieve componenten waarmee dit veld wordt ingericht:

  • Cruciale coördinaten, bronpunten
  • Cruciale verbanden, contouren
  • Cruciale verhoudingen, assen
  • Cruciale raak-vlakken, resonanties


De begrippen: coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken worden ‘algemeen’ gebruikt.

De begrippen: bronpunten, contouren, assen en resonanties zijn specificaties van deze ‘algemene’ begrippen, die zich specifiek verhouden tot het grondpatroon.

Deze configuratieve componenten staan in een onderlinge wisselwerking. We verdelen de configuratieve componenten in dit grondpatroon over twee verschillende diagonalen. De cruciale raak-vlakken, resonanties en de cruciale verbanden, contouren op de diagonaal (golvend) staan in relatie tot de tijd. De cruciale coördinaten, bronpunten en de cruciale verhoudingen, assen op de diagonaal (gestreept) staan in relatie tot de ruimte. Je kunt iets in de tijd en of in de ruimte ordenen en of structureren.

In een grondpatroon zorgen de cruciale raak-vlakken (resonanties) en de cruciale verbanden (contouren) voor mogelijke ordening (diagonale golvende tijdsas). Deze mogelijke ordening heeft tot gevolg dat het grondpatroon gedifferentieerd kan worden in een tijdruimte of een ruimtetijd. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop de betreffende cruciale coördinaten (bronpunten) in het grondpatroon geplaatst kunnen worden. Deze bronpunten hebben ieder hun eigen specifieke dynamiek waardoor ze zorg dragen voor een noodzakelijke structuur van het grondpatroon. Dit gaat samen met de cruciale verhoudingen (assen) die evenzeer zorgen voor een noodzakelijke structuur van het grondpatroon.

BOUWPATRONEN.

In de bouwpatronen worden deze mogelijke ordeningen verder gedefinieerd en uitgewerkt, maar wel zodanig dat ze blijven beantwoorden aan het grondpatroon. Elk bouwpatroon kenmerkt zich door een eigen structuur en ordening.

De (tot nu toe) 5 systeem dynamische bouwpatronen zijn:

  • Dynagram, de tijd is primair, in een tijdruimte veld, gedachte gang, blauw gekleurd (afbeelding)
  • Diagram, de ruimte is primair, in een ruimtetijd veld, geeft te denken, rood gekleurd (afbeelding)
  • Duogram, een diagram in een dynagram, 2 onderscheiden velden ineen, die met elkaar een tegenstelling vormen, teneinde de wisselwerking tussen een diagram en een dynagram te kunnen onderzoeken, (rood en blauw gekleurd) (afbeelding)
  • Dictogram, (dicto)grammen die ontstaan van uit een onderzoeksveld. In dit onderzoeksveld kan naar aanleiding van een onderzoeksvraag bepaalde ervaringen ter sprake gebracht worden. Metaforisch gezien een ‘sprekend veld’ waarin men kan lopen en werken, voor zover de bronpunten bepaald worden. In een dictogram wordt hetgeen aan de orde is gekomen (ter sprake komt) in beeld en tot begrip gebracht in 2 gescheiden grammen (dynagram of diagram), die met elkaar een tegendeel vormen.
  • Hologram, bestaat uit een diagram en een dynagram waarin de bronpunten deels gescheiden zijn en deels samenvallen. De wisselwerking tussen een tijdruimte veld en een ruimtetijd veld wordt zichtbaar. Weergegeven in hologram kleuren, elk bronpunt heeft een eigen kleur en/of kleuren combinatie. (afbeelding)

Deze bouwpatronen worden later stap voor stap verder uitgelegd. Te beginnen met dynagram en diagram.

Tussen deze bouwpatronen bestaan mogelijke wisselwerkingen. Door de 5 bouwpatronen in één gram te plaatsen kunnen er verschillende wisselwerkingen, verhoudingen, verbanden enz aan het licht worden gebracht. Deze worden later beschreven (onderaan/8 fold).

GRAM.


Elke gram dient te beantwoorden aan het grondpatroon en aan 1 van de bouwpatronen. De cruciale configuratieve componenten van het grondpatroon hebben een bereik (een marge) waarin mogelijke alternatieven kunnen oplichten afhankelijk van de te onderzoeken data.

Een gram kent alternatieve configuratieve componenten:

  • Alternatieve coördinaten
  • Alternatieve verbanden
  • Alternatieve verhoudingen
  • Alternatieve raak-vlakken

Deze vier alternatieve configuratieve componenten worden gekenmerkt door hun onderlinge alternatieve (mogelijke) wisselwerkingen.

Een gram kan gebruikt worden als bouwmodel, dit bouwmodel beantwoordt aan het grondpatroon en aan 1 van de bouwpatronen. De coördinaten, verbanden, verhoudingen en raakvlakken die in deze gram aan het licht zijn gekomen, worden deels of geheel gebruikt in andere gram(men). Elke gram heeft in zekere zin de mogelijkheid om tot een bouwmodel uitgewerkt te worden..

Te onderzoeken data.


In de te onderzoeken data bestaan niet alleen vele mogelijke coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken. Maar ook nog vele mogelijke systemen, dynamieken, structuren en ordeningen. Al beperk je jezelf tot hetgeen je wilt onderzoeken dan nog zijn er immens veel mogelijkheden. Binnen systeem dynamiek dien je je te beperken door middel van het grondpatroon. Binnen de gegeven data ga je op zoek naar relevante dynamieken, op grond waarvan het pas mogelijk wordt ze al of niet te relateren aan de dynamieken van het grondpatroon. Met daarbij de hypothetische kanttekening dat de werkelijkheid ondanks al haar complexiteit in wezen stoelt op een aantal wezenlijke dynamieken op grond waarvan een grondpatroon als simplex kan functioneren ten einde die complexiteit te kunnen onderzoeken.

  • Coördinaten zoeken: binnen de gegeven data zoek je naar bepaalde woorden die je, overeenkomstig hun dynamieken, aan een of andere coördinaat kan relateren.
  • Verbanden zoeken: binnen de gevonden woorden zoek je naar bepaalde verbanden
  • Verhoudingen zoeken: binnen de gevonden verbanden zoek je naar bepaalde verhoudingen
  • Raak-vlakken zoeken: binnen de gevonden verhoudingen zoek je naar bepaalde raak-vlakken

In het zoeken naar coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken suggereren we een na-elkaar. Dat is voor elk begin ook nodig, maar al gauw ontdek je dat je mogelijke onderlinge wisselwerkingen tegelijkertijd aan het onderzoeken bent. We kunnen ze van elkaar onderscheiden, maar ze zijn niet te scheiden.

Werkelijkheid.

Beeld en begrip proberen ieder op hun eigen wijze een karakteristieke verhouding aan de orde te stellen; het beeld de verhouding tussen concept en fenomeen (coherentie theorie van de waarheidsvatting) en het begrip de verhouding tussen idee en feit (correspondentie theorie van de waarheidsvatting). Meer informatie zie..(evt link naar hoofdstuk werkelijkheid en waarschijnlijkheid).

  • Waarschijnlijkheid: de mate waarin werkelijkheid in beeld en tot begrip gebracht kan worden.
  • Werkelijkheid: de mate waarin feiten en ideeën zich verwerkelijken tot werkzame contributies (bij dragen). Zonder een idee kan je geen feit inwikkelen en zonder een feit kan je geen idee ontwikkelen.

De werkelijkheid is een gecompliceerd veld van wisselwerkingen tussen verschillende composities en verschillende configuraties in een samenhangend geheel.

Data uit de werkelijkheid zijn enerzijds op te splitsen en/of samen te brengen in, afzonderlijk bestaande, systeem dynamische velden, anderzijds slechts voor zover zij in samenhang functioneren met andere bestaande systeem dynamische velden en voor zover ieder feit zich verhoudt tot een nog te denken samenhang, die zich wil inwikkelen en ontwikkelen als een pulserende dynamiek van verschijnen en verdwijnen.

Een systeem dynamisch veld wordt een functioneel instrument om werkelijkheid en waarschijnlijkheid te onderzoeken tussen verschillende werk velden. Het systeem dynamisch onderzoek bevordert mogelijke kruisbestuivingen.

Diverse systeem velden zijn noodzakelijke en mogelijke elementaire combinaties, waardoor de werkelijkheid zich als een gebroken en een ongebroken geheel kan manifesteren.

Systeem dynamische modellen beelden waarschijnlijkheidspatronen van, in samenhang gedachte, begrippen. De waarschijnlijkheid van mogelijke en/of noodzakelijke wisselwerkingen (tussen beeld en begrip) ordenen zich binnen 1 systeem dynamisch veld en tussen meerdere systeem dynamische velden.

De werkelijkheid is een gecompliceerd web van configuratieve componenten (en nog veel meer).

Op zich zelf betekenen ze nog niets, maar kunnen ze betekenis ontwikkelen en inwikkelen.

Zoals al beschreven is een model geen werkelijkheid maar slechts een medium (midden / instrument) om een mogelijke optiek op de werkelijkheid te visualiseren.

De werkelijkheid is echter vaak minder eenvoudig en/of eenduidig en dat komt omdat er vaak sprake is van complexe samenhangen. Het ene is in wisselwerking met het andere.

Met name om deze complexe samenhangen op een simplexe wijze in beeld te brengen kan systeem dynamiek van betekenis worden, mits we systeem dynamiek verstaan als het zoeken naar een te bepalen samenhang van hetgeen nog onbepaald lijkt samen te hangen. Want wat bepaalt wat, is dat een na elkaar of juist een tegelijkertijd.

Om die samenhang in kaart te brengen, maken we gebruik van cruciale (en alternatieve) configuratieve componenten. Het moge duidelijk worden dat dit nog heel simpel is, want er zijn vele mogelijke coördinaten, verbanden en verhoudingen en vele mogelijke soorten van elk. Want wat maakt een coördinaat tot coördinaat, een verband tot verband, een verhouding tot verhouding? Vandaar dat binnen systeem dynamiek deze begrippen nader omschreven moeten worden naar gelang hun functie binnen een systeem dynamisch veld.

De werkelijkheid bestaat uit tal van mogelijkheden. In ieder geval moeten we ons bewust zijn en of worden van het verschil én van de overeenkomst tussen denken en werkelijkheid. Dit bewustzijn impliceert niet alleen een deemoedige houding, maar juist en vooral een onderzoekende houding. Het enige wat telt is niet zozeer het weten als wel het niet weten.

Dat maakt het unieke uit van de wijze waarop wij vorm willen geven aan systeem dynamiek. Systeem dynamiek kunnen we kortheidshalve omschrijven als het zoeken naar hetgeen kan leiden tot een systeem en wel zo, dat elk systeem zich op een dynamische wijze weer kan verhouden tot een ander systeem. Zo ook dient het systeem zich op een dynamische wijze te verhouden tot de werkelijkheid, deels middels het opsporen van haar dynamieken en deels door de wijze waarop ze die dynamieken in beeld en tot begrip kan brengen.



Opbouw van een systeem dynamisch veld.

Ter herinnering: 5 lagen

In het werken met een open systeem model (een systeem dynamisch veld) onderscheiden we 5 lagen:

  • Grondpatroon (meer veld)
  • Bouwpatronen
  • Gram (meer model)
  • Te onderzoeken data
  • Werkelijkheid

In alle 5 lagen kunnen we noodzakelijke structuren en mogelijke ordeningen zien en ontdekken.

Structuur is het systeem, de ordening is de dynamiek. Deze relatie tussen systeem en dynamiek kunnen we in de 5 lagen apart lezen maar ze ook over die 5 samen lezen. Waar het grondpatroon zich meer verhoudt tot het systeem, daar verhoudt de werkelijkheid zich meer tot de dynamiek; het model (kan elke systeem dynamische gram zijn) vormt een midden waarin werkelijkheid en grondpatroon bemiddeld kunnen worden.

Met het veld introduceren we dat er mogelijk een samenhang te bespeuren is die het karakter krijgt van een veld, een invloedssfeer en of bereik. Dat veld kan immens groot zijn, maar niet hanteerbaar, noch in kwantitatieve, noch in kwalitatieve zin. Dus wordt het noodzakelijk naar de kleinst mogelijke eenheid te zoeken en wel zo, dat de coördinaten van deze kleinst mogelijke eenheid in feite zo structureel bepalend zijn dat ze gezien mag worden als een soort `grondpatroon´ van het bouwwerk, zo mogelijk systeem dynamisch geordend.

Hoe simplexer dit grondpatroon des te hechter het systeem en des te dynamischer er gewerkt kan worden in en met dit systeem, vandaar de term systeem dynamisch.

Dit veld is systematisch zo ingericht dat dynamiek mogelijk wordt.

Systeem betekent dat alle bronpunten, contouren, assen, resonanties en hun functies precies gedefinieerd moeten worden om ze ook vervolgens dynamisch te kunnen toepassen door middel van alternatieve- coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken .

Dynamisch betekent dat alle onderscheiden systeem functies op een dynamische wijze gehanteerd moeten worden (het blijft steeds afhankelijk van de te onderzoeken data) in de onderscheiden systeem velden (grammen).

Structuur is het systeem, de ordening is de dynamiek.

Het systeem dynamisch veld treedt pas in functie als de coördinaten bepaald zijn en of worden zodat mogelijke verbanden, verhoudingen en raakvlakken kunnen worden opgespoord als nog te denken. Alles verkeert met elkaar op een of andere manier in wisselwerking. In en uit deze wisselwerking ontstaat alles in dit al. Deze wisselwerking wordt nader bepaald door de daarin voorhanden coördinaten, verbanden, verhoudingen en raakvlakken.

Introductie configuratieve componenten

Het begrip ‘configuratieve component’:

Configuratie, is een ordening in de tijd. De manier waarop je losse componenten (afzonderlijke eenheden) kunt ordenen, bepaalt de configuratie. Losse onderdelen treden pas in functie tot elkaar als ze in een juiste (nader te bepalen) volgorde configureren. Dat wil zeggen als ze met elkaar een werkend(en/of werkbaar) geheel vormen. In de configuratie is de volgorde (tijd) cruciaal.

Compositie, is een structuur in de ruimte. De manier waarop je losse componenten (afzonderlijke eenheden) kunt structuren bepaalt de compositie. Losse onderdelen treden pas in functie tot elkaar als ze ten opzichte van elkaar tegelijkertijd op een juiste (nader te bepalen) positie staan. Dat wil zeggen als ze met elkaar een werkbaar (en/of werkend) geheel vormen. In de compositie is de positie (ruimte) cruciaal.

Configuratie en compositie bepalen elkaar wederkerig. Zonder configuratie is er geen compositie en zonder compositie is er geen configuratie. Op grond van deze wederkerige relatie tussen configuratie en compositie spreken we binnen systeem dynamiek van configuratieve composities in een veld. Met dien verstande dat er ook compositoire configuraties bestaan. De configuratieve composities en de compositoire configuraties vormen een dusdanige wisselwerking van ordening en structuur, dat we er voor kiezen om hier 1 term voor te gebruiken. We kiezen voor configuratieve compositie omdat binnen systeem dynamiek de wijze van ordenen bepalender wordt dan de structuur. De structuur is dienstbaar aan de ordening. Een configuratieve compositie betreft het samen gaan van ordening en structuur, onder andere mogelijk aan de hand van vormgevingsprincipes en of een vooraf bepaalde strategie.

Configuratieve componenten:

We noemen coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken binnen systeem dynamiek `configuratieve componenten´. Zij verhouden zich allemaal tot configuratie (ordening in de tijd) en compositie (structuur in de ruimte). Ze zijn de leden en delen die zorgen voor configuratieve composities in een veld. Dit veld kan uitgewerkt worden in een tijdruimte (tijd primair) of ruimtetijd (ruimte primair).

De configuratieve componenten verdelen we in:

  • Cruciale configuratieve componenten van ‘het grondpatroon’: bronpunten, contouren, assen en resonanties.
  • Alternatieve configuratieve componenten van ‘elke gram’: coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken. Deze alternatieve configuratieve componenten blijven gerelateerd aan en in het bereik van de cruciale configuratieve componenten.

De cruciale configuratieve componenten verhouden zich meer tot het veld en de alternatieve configuratieve componenten verhouden zich meer tot een model. Cruciale en alternatieve configuratieve componenten constitueren een systeem dynamisch veld.

De vraag is hoe deze specificaties enerzijds zo eenvoudig mogelijk te houden; met name om te vermijden dat er een veelvoud ontstaat, die onhanteerbaar kan worden. Anderzijds dienen ze ook zo ver dragend en of zo ver reikend te zijn, dat je met heel weinig, heel veel kan doen. Of we daar in slagen blijft hypothetisch, in ieder geval doen we een poging: al doende kan duidelijk worden of het ook werkt en vooral systeem dynamisch werkt.

Wisselwerkingen, coördinaten, verbanden, verhoudingen, raak-vlakken enerzijds en bronpunten, contouren, assen en resonanties anderzijds, vormen de organiek en mechaniek in/van alle systeem velden / grammen (voor zover tot nu ontwikkeld).

We maken onderscheid tussen configuratie en compositie, tussen ordening en structuur, tussen tijd en ruimte, tussen ledig en delig, tussen organiek en mechaniek; kortom, onderscheid tussen het ene en het andere. Wat herhaald dient te worden bij elk onderscheid tussen het ene en het andere, is dat ze te onderscheiden zijn maar niet te scheiden.

Vooreerst leggen we de configuratieve componenten ter introductie kort uit. Later in hoofdstuk grondpatroon komen ze uitgebreid aanbod.

De configuratieve componenten zijn de leden en delen die zorgen voor configuratieve composities in een veld. Dit veld kan uitgewerkt worden in een tijdruimte (tijd primair) of ruimtetijd (ruimte primair). De cruciale configuratieve componenten vormen het grondpatroon van een systeem dynamisch veld.

Veld, is een geheel van bronpunten, contouren, assen en resonanties die met elkaar een wederkerige wisselwerking vormen tussen coördinaten, verbanden, verhoudingen en raak-vlakken.

Gram: Opbouw van een systeem dynamisch veld.