Artes Epistèmè

Het werkwoord epistasthai – de stam van epistêmê – heeft in het Grieks de betekenis van weten hoe je iets moet doen. Het betreft een innerlijk concreet weten, dat we niet direct 1 op 1 kunnen koppelen aan ons begrip theorie, een vorm van abstract kennen, dat duidelijk onderscheiden kan worden met haar tegendeel de praxis, een vorm van concreet kunnen, dat we in het Grieks ook kunnen tegenkomen in het woord techè, waar ons woord techniek weer vanaf is geleid.

In het oude Griekenland werden deze beide begrippen ook niet eenduidig gehanteerd. Zowel het begrip epistêmê als het begrip technè, worden door de onderscheiden filosofen in het oude Griekenland, waaronder o.a. Xenophon, Plato, Aristoteles, Stoïcijnen, Alexander van Aphrodisias en Plotinus in tal van nuancen aan het licht gebracht. Richard Parry <rparry@agnesscott.edu> heeft dat in zijn artikel met als titel Epistêmê en technè in 36 pagina’s grondig uitgewerkt, zie aldaar:

First published Fri Apr 11, 2003; substantive revision Thu Dec 19, 2024

https://plato.stanford.edu/entries/episteme-techne/

https://www.scribd.com/document/288603233/Episteme-and-Techne

In de klassieke deugdenleer wordt een onderscheid aangebracht tussen morele deugden en ken deugden. De vier klassieke morele deugden zijn: fortitudo, temperantia, prudentia en justitia. De vier klassieke ken deugden zijn: Sophia, Epistêmê, Phronèsis en Technè. Op basis van deze 4 klassieke ken deugden hebben we de website ingedeeld in ‘kamers’, met als integrale vijfde kamer de levenskunst, artes vitae. Zie in deze het betreffende organogram.

Aan deze 5 kamers hebben we ook de wijze waarop we kennismanagement hebben vorm gegeven, verbonden; voor zover ze onderverdeeld kan worden in 5 aspecten, in deze: kennis ontwikkelen, kennis combineren, kennis borgen, kennis toepassen en kennis delen, respectievelijk artes technè, artes sophia, artes epistêmê, artes-phronèsis en artes vitae. Zie voor voor hun posities het betreffende organogram.

Aanvankelijk kwam deze indeling cq vormgeving van de website ons tegemoet in een droom. Pas later beseften we hoe dat samenhing met de kendeugden van Aristoteles en vooral zijn vier beginselen / archai en vier oorzaken / aitiai, met de vier door hem geviseerde etherische elementen: vuur, lucht, water en aarde, grond leggend voor het door ons ontwikkelde archetypische en analogisch werkende grondpatroon, compatibel aan de aloude symbolen, in deze door ons verstaan en begrepen als gevisualiseerde ken patronen.

Gezien het aspect van kennis ontwikkelen en kennis borgen hebben we dat aanvankelijk aan de stichting toebedeeld en kennis combineren en kennis toepassen aan de coöperatie. Dit alles organisatorisch bezien. Later echter in de verdere uitwerking en fundering van systeem dynamiek hebben we besloten dat onder te brengen in artes-epistêmê.

Dit werd mede ingegeven door de afgedwongen noodzaak de coöperatie op te heffen, aangezien de fiscus geen ideële organisatie gedoogde en zo ook toen de Google .com versie door Google werd ingekort en we moesten overstappen met een .net versie.

En met dit alles ontstond de behoefte om deze aanvankelijke gedroomde ingeving toch maar weer eens te heronderzoeken op haar gevisualiseerde consistentie en coherentie en wel bezien vanuit haar Grieks klassieke filosofische bronnen, zoals door Richard Parry ondernomen en grondig uitgewerkt. Daarin zien we het benoemen van de vier ken deugden die dus zeer wel een verband aan de orde stellen tussen het domein van het ware kennen en het domein van het kunnen als het goede handelen en het betreft werkelijk een kunst om in wijsheid het midden te viseren. Tussen kennen en kunnen bestaat ook het in acht nemen van de kunst om al of niet prudent kennis te mogen toepassen.

Zijn doorwrochte artikel doorwerkend en herlezend kunnen we zonder meer bevestigen dat de polaire positie op de verticaal tussen artes epistêmê en artes technè geheel en al klopt met hetgeen we verder ken theoretisch hebben uitgewerkt, met betrekking tot het onderscheid tussen kennen en kunnen, theorie en praxis, abstract en concreet, algemeen en bijzonder, geldend en toevallig, universeel en contingent, waardenvrij en niet waarden vrij, meer hoofdwerk en of meer handwerk.

Al deze vernoemde tegenstellingen sluiten echter ook hun tegendelige polaire betrekking in als twee polen of twee uitersten van een zelfde betekenis as. Richard Perry laat duidelijk zien dat in de Griekse filosofische traditie in zoverre er geen praxis is zonder theoria, geen kunnen zonder kennen, geen doen zonder denken. Maar omgekeerd ook niet. Beide polen impliceren elkaar. Evenwel bestaat er een gradueel onderscheid tussen een concentrisch doel op en in zich zelf zonder einde en een discentrisch doel waartoe het moet leiden met een einde. Daarmee kunnen we ook de betreffende posities van epistêmê en technè, respectievelijk op de verticale as tussen noord en zuid, valideren.

Helaas werkt Perry niet de begrippen Sophia en Phronèsis uit, daartoe dienen we te vertrouwen op onze eigen bevindingen tot nu toe in deze. Phronèsis betreft het kunnen toepassen van kennis, maar je kunt je altijd afvragen, hoe goed deze kennis op zich ook is of het in deze specifieke situatie al of niet wijs is om het ook te kunnen en of te mogen toepassen, aangezien het toepassen zich moet verhouden tot een complexe werkelijkheid met al haar onderscheiden componenten en variaties.

Zo wordt bijvoorbeeld in de huidige wetenschap en daaraan verbonden technologie zaken uitgevonden die zeer wel vaak achteraf bezien niet adequaat ingezet hadden mogen worden, omdat ze juist averechts uitwerken op het beoogde resultaat. Voorbeelden te over, met name bijvoorbeeld het toepassen van herbiciden en pesticiden, die uiteindelijk het bodemleven vernietigen en daarmee de bodemdegeneratie in gang zetten, leidend tot erosie en verwoestijning.

Wijsheid vraagt niet alleen om inzicht en doorzicht, maar ook om zicht te krijgen op de complexe samenhang waarin je prudent dient te handelen, dat wil zeggen zowel analytisch – lineair – causaal tussen probleem en oplossing, alsook synthetisch – circulair – analoog. Zeker wanneer blijkt, dat uiteindelijk meer schade wordt toegebracht dan herstel.

Paradoxaal genoeg ontstaat er dan zowel een theoretisch als praktisch dilemma waarin macht en kapitaal gaan domineren in plaats van vrijheid en het doen gelden van het goed. Dat vraagt om het in acht nemen van een prudente balans op de horizontaal tussen het heteronome en het autonome, tussen tegenstelling en tegendeel, tussen verleden en toekomst, tussen neergang en opgang van een tijdperk of cultuur.

Inhoudsopgave