Allium Sativum

Knoflook teelt en onderzoek door Stichting Roos en lelie

Stichting Roos en Lelie werd in 1985 opgericht door alfons en Robert Vandeursen met het doel om de knoflookteelt verder te professionaliseren middels onderzoek en opschaling van de teelt. Deze teelt startte in het begin van de jaren zeventig met een oud landras, in deze de Rocambole, een broedbollen dragend knoflookras met een stengel. Deze Rocambole werd verkregen van een knoflookboer nabij het plaatsje Nuits-Saint-Georges in Bourgondië. Het betrof één van de toen nog bestaande oude Franse landrassen, zoals een Beaumont de Lomagne, een Toulouse de Lautrec, een Violet de Cadours, etc.

De Rocambole teelt ving aan op het perceel van Alfons Vandeursen Senior in Eindhoven, aangezien junior nog theologie en filosofie studeerde in Tilburg en Nijmegen. Begin tachtiger jaren werd de teelt opgeschaald (van 100m2 naar 1000m2) op het Armenland aan de Waaldijk tussen Beuningen en Ewijk. De Rocambole verhuisde van een vruchtbare zandgrond naar een 35% afslipbare zware rivierklei, met nauwelijks organisch materiaal en ’s winters vaak kwelwater boven het maaiveld. Hier begon dan ook het vergelijkend fenomenologisch onderzoek hoe de knoflook zich op deze onderscheiden gronden gedroeg.

Deze fenomenologische methode wordt elders op deze website beschreven.

Al snel ontstond een enthousiaste studiegroep, die én de verzorging van de teelt én het fenomenologisch onderzoek ter harte ging nemen. In deze groep zaten aanvankelijk naast ondergetekende, broer Anton (filosoof), Paul Albers (klassiek homeopaat), Ellen Blankvoort, Henri van Haperen (bioloog) en Erna Reeker. Met de oprichting van de stichting sloten zich aan: Tedje van Asseldonk (biologe), Theo de Wildt (teler), Sjacco Obels (HAS), Kees Middendorp (financial), Gé van den Ende (fytopatholoog Radboud), Gerard van de Weerden (Hortus Radboud). Gedurende het onderzoek ontstonden contacten met: het Instituut voor Plantenziektekundig onderzoek (I.P.O.), het Instituut voor Veredeling van Tuinbouwgewassen (I.V.T), Stichting Nederlandse Uienfederatie (S.N.U.I.F.) en het Bolk Instituut.

Dit onderzoek werd in de periode 1988 t/m 1990 gesubsidieerd door het Ministerie van Economische Zaken en de Provincie Gelderland, groot 240.000 gulden, met het doel de knoflookteelt verder uit te werken en bijgevolg te introduceren: teelt methodisch, biologisch en biologisch-dynamisch, veredeling, rassen-selectie, generatieve vermeerdering uit virus vrije broedbollen, bevordering virus en schimmel resistentie en de vorming van een genenbank (met uiteindelijk 230 rassen uit de hele wereld).

Wordt vervolgd

Your Content Goes Here

Inhoudsopgave