Structuurgenese 2018

Versie 2026.

Onderstaande uitleg van de structuurgenese stamt nog van voor 2025/2026. In de her redactie met Vera Lotze, te Oosterbeek, stootten we naar aanleiding van het onder woorden brengen van een negatieve ruimte-tijd en of positieve tijd-ruimte op het probleem hoe dat te duiden en of te omschrijven. Na vele pogingen, kwamen we op de volgende constatering: kunnen we op een of andere manier het fenomeen ruimte en of tijd pakken, grijpen, dat wil zeggen, kan je het op een of andere manier, simpel gesteld, het in je handen vast houden en of mee nemen? We kwamen tot de constatering dat we noch de ‘ruimte op zich’ en of noch de ’tijd op zich’ op een of andere manier konden grijpen, laat staan in kwantitatieve zin vasthouden en of ergens naar toe meenemen. Feitelijk moet je constateren dat in dit opzicht zowel ruimte als tijd ledig zijn en bijgevolg gedefinieerd kunnen worden als een negatieve ruimte-tijd.

Dat we anderzijds zowel de tijd als de ruimte in kwantitatieve zin zijn gaan bemeten, berust na een lange zoektocht in de historie op onderscheiden aannames, die we via concrete lichamelijke eenheden uiteindelijk hebben vastgelegd in bepaalde maten op grond waarvan we zijn gaan meten. Helemaal prima, zeker als je op reis bent en of wilt gaan bouwen en een tijdslijn en of ruimtelijn wil uitzetten. Een te meten delige tijd-ruimte hebben we weergegeven als een positieve tijd-ruimte.

Hoe nu deze positieve tijd-ruimte en of negatieve ruimte-tijd te verdelen over de assen? Terugkerend naar onze onderstaande aannames, die we hieronder ook laten staan, zijn we tot de conclusie gekomen, dat we met name met betrekking tot de twee tijdassen een herziening moeten invoeren, hetgeen enorme consequenties met zich meebracht, aangezien de vraag rees of in deze een gewijzigd grondpatroon nog wel compatibel is met al hetgeen in de voorgaande decennia is ontwikkeld aan modellen.

Dit denk en zoekproces met onze artesS-leden (Bart, Christel, Nell, Vera) heeft een zonnejaar geduurd en uiteindelijk konden we vaststellen, dat we hopelijk nu een consistenter en coherenter grondpatroon hebben kunnen uitwerken. Hier in het kort: we definiëren de twee diagonalen in het statische kruis als een positieve tijd, cq de impuls-as en als een positieve ruimte-as, cq de plaats as. Het staande kruis met de verticaal en de horizontaal definiëren we respectievelijk als een negatieve ruimte, cq de verticaal en een negatieve tijd, cq de horizontaal. Zie voor de verdere uitwerking in de rechterkolom syst dyn veld – en detail.

Bijgevolg, laten we onderstaande staan, om te laten zien, dat het uitdenken en doordenken van een beoogd grondpatroon met vallen en opstaan, trial and error geschiedt. Het is wel zo, dat we het grondpatroon en de daarin gedefinieerde assen in de verdere uitwerking, met name om misverstanden te voorkomen, overal waar van node hebben aangepast en ook hebben getoetst of ze compatibele uitgewerkt konden worden met alle reeds bestaande modellen. Gezien de recente datum zal het wel nog enige tijd duren voordat we alles waar nodig hebben aangepast en of gecorrigeerd. Wat betreft de structuurgenese, zie verder bij structuurgenese 2026 (nog in de maak).

Versie 2018.

Onderstaande structuur genese, ook wel schoenveter genoemd, is al doende ontstaan in de samenwerking met Hananja, toen we bezig waren, om de assen in het grondpatroon specifieker uit te werken voor het beoogde ’theorieboek’ en of Sophiaboek. Theorieboek staat tussen aanhalingstekens, omdat het ons inziens niet een theorie in strikte zin behelst, maar eerder een uitleg hoe we vormgeven aan kwalitatieve systeem dynamiek. Vandaar dat we in de linker menu balk onder artes Sophia het hebben omgetaald naar: “Hoe te denken”.

Deze 2018 structuurgenese hebben we aanvankelijk geplaatst in syst-dyn-veld-en-detail, zie rechter menubalk, omdat we daar aanvankelijk starten met de uitleg van de assen in het grondpatroon, die heel nauw samenhangen met de acht ledige coördinaten en de daarmee samenhangende mogelijke en boogde verhoudingen. Uiteindelijk hebben we er toch voor gekozen om vanuit de bronpunten te starten en de volgorde te veranderen, zie de rechter menubalk. Zo doende, hebben we deze 2018 versie uiteindelijk in het hoofdstukje Verwikkeling geplaatst, zie aldaar.

De vier assen in het grondpatroon relateren we deels aan mogelijke alternatieve verhoudingen en deels aan cruciale noodzakelijke verhoudingen, zie het grondpatroon. De vier assen in de structuurgenese van 2014 heten aanvankelijk simpel verticaal of polaire as en horizontaal of duale as (dynamisch kruis) en de twee diagonalen (statisch kruis) plaats-as en impuls-as.

In het diagram bestaande uit de verticaal polaire as en de duaal horizontale as , werd aan het eerste de ruimte verbonden en aan de tweede de tijd, zo ook in het dynagram, zij het gespiegeld. Daarmee beschikten we over een ruimtetijd diagram waarin de ruimte primair is en een tijdruimte dynagram waarin de tijd primair is. Echter in beide grammen spelen zowel tijd als ruimte een bepalende factor, dat moge duidelijk zijn. Dat wordt verder uitgewerkt in de contouren en of verbanden. Zie de rechter menubalk.

Waar in het diagram het dynamisch kruis de ruimte bepaalt met enerzijds de horizontale tijd-as en anderzijds de verticale ruimte-as, daar wordt het dynagram gekenmerkt door de twee diagonale assen in deze de plaats-as en de impuls-as.

Hoe moeten we nu die twee tijd-assen en of twee ruimte-assen verstaan en of begrijpen? Al zoekend, vonden we in het Griekse erfgoed twee karakteristieke begrippen voor twee tijdsopvattingen, in deze de chronologisch, kwantitatief diachroon verlopende tijd, verbeeld door Chronos, die zijn eigen kinderen opvrat en anderzijds de kwalitatieve synchroon plaats vindende tijd, verbeeld door Chairos, de god met de kuif en de vleugels aan zijn hielen, die jou, mits je alert blijft, op het juiste moment kon voorzien van de juiste impuls, die je moest zien te benutten.

Bestond er dan ook zoiets als een kwantitatieve en of kwalitatieve ruimte? Die analoog aan het synchrone en diachrone karakter van een tijdsopvatting toegepast kon worden op de ruimte? Is de ruimte kwantitatief en of ook kwalitatief te duiden? Deels meetbaar en of deels onmeetbaar? Deels pakbaar en of deels onpakbaar? Kunnen we spreken van een diatopische ruimte waar je doorheen kan bewegen van plaats tot plaats en of ook van een syntopische al-ruimte, zoals we ook kunnen spreken van een al-tijd? Is de al-ruimte zowel vol als leeg, zowel delig als ledig, zowel middellijk als onmiddellijk?

Zijn tijd en ruimte deels subject betrokken begrippen en of staan ze voor object betrokken essenties waar we ons toe te verhouden hebben, zowel kwantitatief als kwalitatief en vooral hoe dienen ze tot elkaar te verhouden als we ze over de vier assen willen positioneren? Best een heel gepuzzel waarin uiteindelijk deze zelfde worsteling in de fysica aan het licht bracht, dat er wellicht zowel een middellijke als een onmiddellijke dimensie en of ruimte valt te positioneren, hetgeen aanvankelijk ook in de controverse tussen fysica en kwantumfysica speelde.

Wat wordt dan de kwalitatieve en of kwantitatieve ruimte-as en hoe verhouden die zich tot de kwantitatieve en of de kwalitatieve tijd-as? Hypothetisch verdelen we zowel de tijd als de ruimte over twee onderscheiden, maar niet te scheiden dimensies. In deze een kwantitatieve ‘chronologische’ tijd, die we verbinden met de horizontale as en een kwalitatieve ‘chairologische’ tijd met de impuls-as die loopt van NW naar ZO. Zo ook een kwantitatieve dia-topische ruimte die we plaatsen op de plaats-as, die van NO loopt naar ZW. En een kwalitatieve syn-topische ruimte , die we plaatsen op de verticale as.

Met het onderscheid tussen kwantitatieve (ontologisch) en kwalitatieve (mythologisch) verhoudingen (functioneel) kunnen we dan een onderscheid aanbrengen tussen polaire en en verhoudingen en of duale of of verhoudingen. Hetgeen men dan ook onderstaand in de structuurgenese kan terugvinden.

Op deze wijze kunnen we de twee kwalitatieve assen met betrekking tot tijd en ruimte, weergeven met de diagonale impuls as en de verticale ruimte as en de twee kwantitatieve assen met betrekking tot tijd en ruimte met de horizontale tijds as en de diagonale plaats as. Voorts konden we een diagram met het dynamische kruis zowel verbinden met een kwalitatieve ruimte / verticaal en een kwantitatieve tijd / horizontaal. Het dynagram met de twee diagonale bestonden dan in deze uit een impuls-as / kwalitatieve tijd en een plaats-as / kwantitatieve ruimte, die het mogelijk maakte om de processen en inhouden te kunnen positioneren op de omtrek van de cirkel, in deze de contouren en verbanden.

Aangezien we in een kwalitatieve systeem opvatting niet opteren voor strikt te scheiden werkelijkheden, streven we ernaar wat dan ook consequent in dynamische verhoudingen vorm te geven. Zo ook zijn diagram en dynagram niet te scheiden, maar wel te onderscheiden en zijn ze beiden gebaseerd op het door ons hypothetisch samengestelde grondpatroon, op te vatten als een kwalitatief veld-dia/dynagram.

Daar waar het grondpatroon een veld-dia/dynagram weergeeft, zo geeft de structuurgenese een boom-dyna/diagram weer, waarin de grijze pijltjes steeds dienen te verwijzen naar de mogelijke wisselwerkingen, die we enerzijds in het grondpatroon centraal hebben gepositioneerd en hier nadrukkelijk in een meer dimensionale verticale structuurgenese, die vanuit een aantal simplexe aannames zich ontvouwt tot een steeds complexere samenhang. Je kunt het zien als een proces van ontvouwen en of invouwen, ontwikkelen en of inwikkelen, zowel discursief als recursief, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Vandaar dat de structuur genese vorm is te geven als een wijze waarop je een schoenveter op tig onderscheiden wijzen kunt inrijgen, in deze met een speels knipoog naar de schoenveter theorie in de fysica. Zo kunnen we besluiten met een beknopte samenvatting van ons streven waarmee onderstaande structuurgenese juist opent: Denken in wisselwerkingen is vormgeven aan een coherente ordening in relatie tot een consistente structuur, weergegeven in een samenhangend en verbindend patroon, die de faseringen van schema, plaatje, model en patroon dynamisch incorporeert. Vandaar de naam systeem dynamiek en in deze een kwalitatieve tak.

Inhoudsopgave