Structuurgenese 2018

Onderstaande structuur genese, ook wel schoenveter genoemd, is al doende ontstaan in de samenwerking met Hananja, toen we bezig waren, om de assen in het grondpatroon specifieker uit te werken voor het beoogde ’theorieboek’ en of Sophiaboek. Theorieboek staat tussen aanhalingstekens, omdat het ons inziens niet een theorie in strikte zin behelst, maar eerder een uitleg hoe we vormgeven aan kwalitatieve systeem dynamiek.

Deze structuurgenese hebben we geplaatst in syst-dyn-veld-en-detail, zie rechter menubalk, omdat we daar starten met de uitleg van de assen in het grondpatroon, die heel nauw samenhangen met de acht ledige coördinaten en de daarmee samenhangende mogelijke en boogde verhoudingen.

De vier assen in het grondpatroon relateren we deels aan mogelijke alternatieve verhoudingen en deels aan cruciale noodzakelijke verhoudingen, zie het grondpatroon. De vier assen in de structuurgenese van 2014 heten aanvankelijk simpel verticaal of polaire as en horizontaal of duale as (dynamisch kruis) en de twee diagonalen (statisch kruis) plaats-as en impuls-as.

In het diagram bestaande uit de verticaal polaire as en de duaal horizontale as , werd aan het eerste de ruimte verbonden en aan de tweede de tijd, zo ook in het dynagram, zij het gespiegeld. Daarmee beschikten we over een ruimtetijd diagram waarin de ruimte primair is en een tijdruimte dynagram waarin de tijd primair is. Echter in beide grammen spelen zowel tijd als ruimte een bepalende factor, dat moge duidelijk zijn. Dat wordt verder uitgewerkt in de contouren en of verbanden. Zie de rechter menubalk.

Waar in het diagram het dynamisch kruis de ruimte bepaalt met enerzijds de horizontale tijd-as en anderzijds de verticale ruimte-as, daar wordt het dynagram gekenmerkt door de twee diagonale assen in deze de plaats-as en de impuls-as.

Hoe moeten we nu die twee tijd-assen en of twee ruimte-assen verstaan en of begrijpen? Al zoekend, vonden we in het Griekse erfgoed twee karakteristieke begrippen voor twee tijdsopvattingen, in deze de chronologisch, kwantitatief diachroon verlopende tijd, verbeeld door Chronos, die zijn eigen kinderen opvrat en anderzijds de kwalitatieve synchroon plaats vindende tijd, verbeeld door Chairos, de god met de kuif en de vleugels aan zijn hielen, die jou, mits je alert blijft, op het juiste moment kon voorzien van de juiste impuls, die je moest zien te benutten.

Bestond er dan ook zoiets als een kwantitatieve en of kwalitatieve ruimte? Die analoog aan het synchrone en diachrone karakter van een tijdsopvatting toegepast kon worden op de ruimte? Is de ruimte kwantitatief en of ook kwalitatief te duiden? Deels meetbaar en of deels onmeetbaar? Deels pakbaar en of deels onpakbaar? Kunnen we spreken van een diatopische ruimte waar je doorheen kan bewegen van plaats tot plaats en of ook van een syntopische al-ruimte, zoals we ook kunnen spreken van een al-tijd? Is de al-ruimte zowel vol als leeg, zowel delig als ledig, zowel middellijk als onmiddellijk?

Zijn tijd en ruimte deels subject betrokken begrippen en of staan ze voor object betrokken essenties waar we ons toe te verhouden hebben, zowel kwantitatief als kwalitatief en vooral hoe dienen ze tot elkaar te verhouden als we ze over de vier assen willen positioneren? Best een heel gepuzzel waarin uiteindelijk deze zelfde worsteling in de fysica aan het licht bracht, dat er wellicht zowel een middellijke als een onmiddellijke dimensie en of ruimte valt te positioneren, hetgeen aanvankelijk ook in de controverse tussen fysica en kwantumfysica speelde.

Wat wordt dan de kwalitatieve en of kwantitatieve ruimte-as en hoe verhouden die zich tot de kwantitatieve en of de kwalitatieve tijd-as? Hypothetisch verdelen we zowel de tijd als de ruimte over twee onderscheiden, maar niet te scheiden dimensies. In deze een kwantitatieve ‘chronologische’ tijd, die we verbinden met de horizontale as en een kwalitatieve ‘chairologische’ tijd met de impuls-as die loopt van NW naar NO. Zo ook een kwantitatieve dia-topische ruimte die we plaatsen op de plaats-as, die van NO loopt naar ZW. En een kwalitatieve syn-topische ruimte , die we plaatsen op de verticale as.

Met het onderscheid tussen kwantitatieve (ontologisch) en kwalitatieve (mythologisch) verhoudingen (functioneel) kunnen we dan een onderscheid aanbrengen tussen polaire en en verhoudingen en of duale of of verhoudingen. Hetgeen men dan ook onderstaand in de structuurgenese kan terugvinden.

Op deze wijze kunnen we de twee kwalitatieve assen met betrekking tot tijd en ruimte, weergeven met de diagonale en verticale as en de twee kwantitatieve assen met betrekking tot tijd en ruimte met de horizontale en diagonale as. Voorts konden we een diagram met het dynamische kruis zowel verbinden met een kwalitatieve ruimte / verticaal en een kwantitatieve tijd / horizontaal. Het dynagram met de twee diagonale bestonden dan in deze uit een impuls-as / kwalitatieve tijd en een plaats-as / kwantitatieve ruimte, die het mogelijk maakte om de processen en inhouden te kunnen positioneren op de omtrek van de cirkel, in deze de contouren en verbanden.

Aangezien we in een kwalitatieve systeem opvatting niet opteren voor strikt te scheiden werkelijkheden, streven we ernaar wat dan ook consequent in dynamisch verhoudingen vorm te geven. Zo ook zijn diagram en dynagram niet te scheiden, maar wel te onderscheiden en zijn ze beiden gebaseerd op het door ons hypothetisch samengestelde grondpatroon, op te vatten als een kwalitatief veld-dia/dynagram.

Daar waar het grondpatroon een veld-dia/dynagram weergeeft zo geeft de structuurgenese een boom-dyna/diagram weer, waarin de grijze pijltjes steeds dienen te verwijzen naar de mogelijke wisselwerkingen die we enerzijds in het grondpatroon centraal hebben gepositioneerd en hier nadrukkelijk in een meer dimensionale verticale structuurgenese, die van vanuit een aantal simplexe aannames zich ontvouwt tot een steeds complexere samenhang. Je kunt het zien als een proces van ontvouwen en of invouwen, ontwikkelen en of inwikkelen, zowel discursief als recursief, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Vandaar dat de structuur genese vorm is te geven als een wijze waarop je een schoenveter op tig onderscheiden wijzen kunt inrijgen, in deze met een speels knipoog naar de schoenveter theorie in de fysica. Zo kunnen we besluiten met een beknopte samenvatting van ons streven waarmee onderstaande structuurgenese juist opent: Denken in wisselwerkingen is vormgeven aan een coherente ordening in relatie tot een consistente structuur, weergegeven in een samenhangend en verbindend patroon, die de faseringen van schema, plaatje, model dynamisch incorporeert. Vandaar de naam systeem dynamiek en in deze een kwalitatieve tak.

Inhoudsopgave

Inleiding